Vrijstelling van W-boeken op de Wet op de vaste boekenprijs

Op 20 december 2011 stemde de Tweede Kamer in met het amendement van de leden De Liefde en Voordewind. Dit amendement wil het wetenschappelijke boek (W-boek) uitsluiten van de Wet op de vaste boekenprijs (de wet) overeenkomstig de uitsluiting van het schoolboek op grond van het verplicht voorgeschreven en educatieve karakter daarvan. 

 

Uitgevers voor vak- en wetenschap zijn blij met deze ontwikkeling. Zij onderschrijven het belang van de Wet voor het algemene boek (A-boek). De boekhandel is voor dat product een belangrijke partner in het handelsverkeer.

Voor het W-boek geldt dat echter niet.

 

De  formulering van de tekst van het amendement en vooral de beperking tot ‘voorgeschreven studieboek’ leidt echter tot problemen in de uitvoering. In de uitgeverspraktijk wordt het W-boek gebruikt in het reguliere hoger onderwijs, in particuliere onderwijsinstellingen en door professionals en particulieren voor (zelf)studie, onderzoek en naslagwerk. Het kan door een bepaalde onderwijsinstelling voor een bepaalde periode worden voorgeschreven, maar vaak is dat niet het geval.

Vanwege dit veelvormige gebruik van het W-boek bepleiten uitgevers voor vak- en wetenschap dan ook een vrijstelling van de wet van alle door de uitgever als zodanig vastgestelde W-boeken.

 

Toelichting
Het W-boek heeft een heel andere positie dan het A-boek. In de meeste gevallen wordt het W-boek niet op voorraad genomen, maar is het uitsluitend op bestelling aan te schaffen. Voor zover de boekhandel inkoopt, heeft hij recht van retour voor niet verkochte titels.

Vaak gaat de verkoop via andere kanalen dan de boekhandel, zoals intermediairs met wie W-uitgevers directe afspraken maken, bijvoorbeeld voor de levering aan universiteitsbibliotheken.

In een substantieel aantal gevallen treedt de uitgever van het W-boek op als opdrachtnemer namens een organisatie, instelling of bedrijf, die het betreffende boek gerealiseerd wil hebben en waarbij een vaak aanzienlijk deel van of de gehele eerste oplage wordt geleverd zonder verkoop aan eindafnemers.

Zonder een vaste prijs kan de uitgever met elke retailer en distributeur inkoopprijsafspraken maken op basis van onderhandeling en bepaalt de retailer/boekhandelaar de marktprijs. Dat is wenselijk, want zonder vaste prijs kunnen voor een W-boek juist met de hiervoor genoemde variëteit aan verkoopkanalen vrije prijsonderhandelingen worden gevoerd. Daarmee neemt de beschikbaarheid van het W-boek toe.

Uitgevers verwachten een nóg grotere beschikbaarheid als zij vrijelijk marketing zouden kunnen bedrijven met combinaties van print- en e-books. Dat is onder de vaste prijs niet mogelijk terwijl dat een impuls zou kunnen geven aan het aanbod van e-books dat in Nederland maar aarzelend op gang komt. Met zijn meestal beperkte oplagen en hoge kostprijzen is het W-boek gebaat bij marktverruiming via flexibele en gedifferentieerde marketinginspanningen. De nieuwe mogelijkheden die onder andere het internet biedt, kunnen zonder een vaste prijs beter worden benut. Dat daar ook nog een btw-vraagstuk speelt is in het kader van deze wet wellicht niet zo relevant, maar wel een probleem waarvan het effect niet mag worden onderschat.

Wat de pluriformiteitsdoelstelling van de wet betreft: die wordt voor het W-boek ingegeven door marktvraag en niet door interne subsidiëring van moeilijke titels door bestsellers, zoals het geval is bij A-boeken. Het pluriforme W-aanbod komt tot uiting in de vaak beperkte oplagen waarmee talloze marktniches (professioneel, academisch, cultureel) worden bediend.

 

Bij de invoering van de wet heeft de Groep UVW destijds geen bezwaar aangevoerd tegen de opneming van het W-boek in de wet uit solidariteit met het grote culturele belang van een brede en fijnmazige beschikbaarheid van het A-boek. Zeven jaar later is de (dynamiek in de) markt voor het W-boek ingrijpend veranderd waardoor het voor W-boekenuitgevers economisch onwenselijk is de vaste boekenprijs voor het W-boek aan te houden.

Dit artikel behoort tot het dossier:

Agenda