Oordeel consument maatgevend voor hoogte btw-tarief

Vorig artikel Volgend artikel
24-09-2014

Op 11 september 2014 oordeelde het Europese Hof van Justitie (CJEU) dat het aan lidstaten zelf is om te beoordelen of sprake is van fiscale neutraliteit. De uitspraak betrof een zaak aangespannen door een Finse uitgever met betrekking tot het onderscheid in btw-tarief voor papieren boeken en boeken op andere fysieke dragers, zoals cd, cd-rom of USB-stick.

Opvallend is dat het Europese Hof niet alleen terugverwijst naar het oordeel van nationale lidstaten zelf, maar daarbij ook stelt dat de ‘opvatting van de gemiddelde consument en de economische realiteit maatgevend is’. Indien producten voor de consument vergelijkbare eigenschappen hebben en voldoen aan dezelfde behoefte, zou ook sprake moeten zijn van eenzelfde belasting, aldus het Europese Hof. Een interessante uitspraak, die belangrijke aanknopingspunten biedt voor het NUV-pleidooi voor gelijkschakeling van het btw-tarief op digitale uitgeefproducten aan dat van print.

Doorgaans geldt dat vergelijkbare goederen en diensten op dezelfde wijze moeten worden belast. De ene variant van een product mag fiscaal niet worden bevoordeeld ten opzichte van de andere, zoals momenteel bij uitgeefproducten wel het geval is. Op dit moment geldt een laag btw-tarief voor uitgeefproducten in print (6 procent), terwijl digitale uitgaven belast zijn met het standaard btw-tarief (21 procent). Het NUV pleit al jaren voor opheffing van het merkwaardige onderscheid in tarief naar drager. Het verschil in belastingregime is een belangrijke rem op innovatie in de sector. Het gaat daarbij ook om het doel en de functie van het uitgeefproduct en niet om de drager waarop deze is aangebracht.

Staatssecretaris Wiebes (Financiën) gaf eerder in reacties aan dat opheffing van het ongelijke btw-speelveld voor digitale uitgeefproducten aanpassing van de Europese btw-richtlijn vergt. Besluitvorming over aanpassing van de Europese btw-richtlijn is een moeizaam traject en dient met instemming (unaniem) van alle 28 lidstaten plaats te vinden. In 2010 is de evaluatie van de Europese btw-richtlijn in gang gezet, diverse consultatierondes volgden, maar tot op heden zonder concreet resultaat. Het voor eind 2013 aangekondigde wijzigingsvoorstel is uitgebleven en het ziet er ook niet naar uit dat dit op korte termijn alsnog zal volgen. Andere landen, zoals Frankrijk en Luxemburg, hebben daarom zelf stappen genomen om de ongelijkheid op te heffen. Het is nu ook aan Nederland om op dit terrein de nek uit te steken en mogelijk helpt deze recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie de staatssecretaris op weg.

Onderwerpen
    sluiten