Rechtbank stelt vragen aan Europese rechter over mogelijkheid uitlenen e-books door bibliotheken

Vorig artikel Volgend artikel
03-04-2015

De rechtbank Den Haag heeft de vragen vastgesteld die aan het Hof van Justitie van de Europese Unie worden gesteld in de procedure van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) tegen onder meer de Stichting Leenrecht en het Nederlands Uitgeversverbond (NUV). In deze procedure staat de vraag centraal of het uitlenen van e-books kan vallen onder het Europese uitleenrecht.

Met het stellen van deze (prejudiciële) vragen wil de rechtbank Den Haag duidelijkheid verkrijgen of het uitlenen van e-books al dan niet valt onder de Europese Leenrechtrichtlijn, waardoor mogelijkheden worden gecreëerd dat bibliotheken geen toestemming nodig zouden hebben voor het uitlenen van e-books.

Het NUV meent dat e-books niet onder de Europese Leenrechtrichtlijn vallen, en heeft er in de procedure op gewezen dat in de praktijk al uitstekende verhuurmogelijkheden voor de bibliotheek gerealiseerd op basis van afspraken tussen auteurs, uitgevers en bibliotheken. Een verruiming van het leenrecht is dan ook niet noodzakelijk. Verruiming zou bovendien buitengewoon marktverstorend kunnen werken en zowel de bestaande exploitatie als nieuwe initiatieven als abonnementsmodellen schaden of zelfs onmogelijk maken.

De vragen van de rechtbank Den Haag zien specifiek op het uitlenen van romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur op basis van het ‘one copy one user’-model. Daarbij kan een boek dat in digitale vorm wordt aangeboden door één gebruiker tegelijkertijd over het boek beschikken.

De beantwoording door het Europese Hof zal vermoedelijk geruime tijd in beslag nemen. Het NUV ziet de beantwoording van de prejudiciële vragen door het Europese Hof van Justitie met vertrouwen tegemoet.

Zie ook:

Onderwerpen
    sluiten