Uitbreiding collectieve rechtenuitoefening belemmert innovatie

Vorig artikel Volgend artikel
11-08-2015

Onlangs hebben verschillende auteursrechtorganisaties van makers op hun websites gemeld dat uitgevers een te brede licentie zouden hebben verworven voor de digitale exploitatie van werken. De auteursrechtorganisaties wijzen er in hun reactie op dat de rechten voor ‘diverse digitale exploitatievormen’ reeds bij collectieve beheersorganisaties zouden zijn ondergebracht. Van makers zou daardoor niet kunnen worden verwacht dat zij voor deze digitale exploitatievormen een overeenkomst zouden kunnen sluiten met hun uitgever. Uitgevers zouden hierdoor misbruik maken van hun machtspositie.

Het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) heeft reeds eerder op zijn website en in diverse gesprekken met auteursrechtorganisaties zijn zorgen uitgesproken dat collectieve beheersorganisaties in toenemende mate rechten op primaire exploitatievormen aan zich laten overdragen. Dit leidt tot ernstige belemmeringen voor uitgevers om overeenkomsten te sluiten met makers. Bovendien belemmert het uitgevers om te innoveren en producten te ontwikkelen die inspelen op veranderend (digitaal) mediagebruik.

ACM: geen verplicht collectief beheer voor primaire exploitatie

Het NUV staat hierin niet alleen. In een besluit van vorig jaar heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) benadrukt dat het primaat voor de uitoefening van het auteursrecht bij rechthebbenden moet liggen. De ACM benoemde in haar besluit duidelijke mededingingsrechtelijke bezwaren tegen het verplicht onderbrengen van rechten op nieuwe ‘primaire’ (digitale) exploitatievormen bij collectieve beheersorganisaties, omdat deze organisaties reeds een exclusieve marktpositie hebben op het gebied van de verdeling van wettelijke vergoedingen.

Uit het besluit van de ACM blijkt dat de verplichte aansluiting bij collectieve beheersorganisaties om deze reden beperkt zou moeten blijven tot gevallen waarin individuele rechtenuitoefening vanwege de ‘grote en uiteenlopende mate waarin sprake is van gebruik van beschermd materiaal in feite illusoir wordt’.

Auteursrecht moet bij de maker of uitgever liggen

Het NUV heeft de afgelopen periode constructief gesproken met een aantal collectieve beheersorganisaties over wanneer sprake is van ‘individuele’ of ‘collectieve’ exploitatie. In deze gesprekken is echter nooit overtuigend aangetoond waarom initiatieven als Blendle een vorm van collectieve exploitatie zouden moeten zijn. Ook uit de praktijk blijkt dat uitgevers – mede namens hun makers – op individuele basis afspraken kunnen maken met deze nieuwe initiatieven. Het NUV meent daarom dat in deze gevallen de uitoefening van auteursrecht bij de maker of uitgever zou moeten liggen, en niet verplicht bij collectieve beheersorganisaties.

Kortom: innovatie resulteert in de ogen van het NUV dan ook niet in misbruik, maar juist in mogelijkheden voor een maker om samen met zijn uitgever nieuwe en broodnodige modellen uit te vinden om werken op de markt te brengen. Via collectief beheer is dat niet mogelijk. Uiteraard zijn wij graag bereid om hierover het gesprek met de auteursrechtorganisaties van makers te blijven voeren.

Zie ook: B. Brouwer, ‘Nieuwe aansluitvoorwaarden Pictoright niet in het belang van beeldmakers’ (IE-Forum).

Onderwerpen
    sluiten