Wetgever moet bepalen welk btw-tarief passend is voor digitale media

Vorig artikel Volgend artikel
28-09-2016

Het oordeel van advocaat-generaal Juliane Kokott van het Europees Hof van Justitie toont de urgentie aan van een modernisering van de Btw-richtlijn.

Advocaat-generaal Kokott van het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de keuze voor het wel of niet mogen toepassen van het verlaagde btw-tarief op digitale media uitdrukkelijk bij de Europese wetgever ligt. De Btw-richtlijn bepaalt dat het verlaagde btw-tarief slechts mag worden toegepast op fysieke boeken en kranten. Daarom kunnen digitale boeken en kranten alleen door wijziging van deze richtlijn onder hetzelfde lage btw-tarief als de gedrukte varianten worden gebracht. Om dit te realiseren, bereidt de Europese Commissie momenteel een langverwacht voorstel voor.

Kokott: ‘Btw-verschil gerechtvaardigd’
In de zaak, waarin het Poolse Constitutionele Hof prejudiciële vragen stelde over de Btw-richtlijn, oordeelde Kokott ook dat het btw-verschil tussen fysieke en digitale boeken en kranten niet strijdig is met het beginsel van fiscale neutraliteit.
Het is duidelijk dat de advocaat-generaal in haar oordeel stug vasthoudt aan de huidige, volgens het NUV achterhaalde, Btw-richtlijn. Het oordeel sluit eveneens aan op eerdere uitspraken van het Europees Hof over het btw-verschil. Het oordeel van de advocaat-generaal is niet bindend, maar vormt wel een belangrijk advies voor het eindoordeel van het Europees Hof van Justitie.

Europese Commissie bereidt wijziging Btw-richtlijn voor
In voorbereiding op aanpassing van de Btw-richtlijn nam het NUV onlangs deel aan een consultatie van de Europese Commissie over de verwachte gevolgen van een btw-verlaging.
De aangekondigde aanpassing van de Btw-richtlijn wordt ook door het kabinet van harte ondersteund.

Onderwerpen
    sluiten