Wiebes maakt haast met wetsvoorstel zzp’ers

Vorig artikel Volgend artikel
23-06-2015

Afgelopen vrijdag stonden de antwoorden van staatssecretaris Wiebes op vragen over zijn wetsvoorstel deregulering beoordeling arbeidsrelaties – sneller dan verwacht – online, maandag 29 juni vindt al een wetgevingsoverleg plaats over dit voorstel. Uit de voortvarendheid waarmee Wiebes zijn wetsvoorstel behandelt is af te leiden dat hij haast maakt met deze aanpak van schijnzelfstandigheid. Niet zo verwonderlijk, want de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) komt per 1 januari 2016 – dus niet in juli 2015! – te vervallen. Chaos dreigt als er dan geen alternatief is. Gezien de brede maatschappelijke en politieke steun is het denkbaar dat dit wetsvoorstel de Tweede Kamer in hoog tempo zal passeren en dat de wet daadwerkelijk per 1 januari van kracht wordt.

Mocht dit het geval zijn, dan zal het NUV voor de werkzaamheden van auteurs en redactiemedewerkers een modelovereenkomst opstellen en dit ter beoordeling van de loonheffingsplicht voorleggen aan de Belastingdienst. Het wetsvoorstel kan zeer gunstig uitpakken voor de uitgeefsector vanwege de bepaling over het fictieve dienstverband dat feitelijk kan vervallen als basis voor loonheffingen. Dit is echter alleen zo als de Belastingdienst blijft inzien dat creatieve werkzaamheden en werkgeversgezag elkaar moeilijk verdragen.

Vragen en antwoorden

De Tweede Kamer had nog een aantal vragen aan de staatssecretaris, waaronder de vraag naar de noodzaak van het voorstel, omdat het bestaan/de omvang van het probleem van schijnzelfstandigheid nog steeds niet vaststaat.

De meeste vragen gingen echter over de praktische uitvoering van het wetsvoorstel, bijvoorbeeld of er sprake is van terugwerkende kracht van eventuele naheffingen: ja, 5 jaar, maar niet gedurende geldigheidsduur van de VAR-wuo), het doortrekken van de conclusie in één geval naar alle andere zzp’ers: ja, na een steekproef die de conclusie bevestigt kan de Belastingdienst deze toepassen op alle gevallen, de positie van intermediairs en de status van door hen bemiddelde zzp’ers: niet per definitie werknemer, maar alleen onder hele strikte voorwaarden buiten loonheffingen. De VVD stelde de vraag of het de bedoeling is strengere criteria toe te passen zodat ondernemerschap wordt ontmoedigd: nee, de beoordelingscriteria liggen vast in wetgeving en jurisprudentie en die wijzigt het voorstel niet.

Beoordeling verschuift van zelfstandig ondernemerschap naar werknemerschap (en van automatisch naar inhoudelijk)

Dit laatste punt ziet het NUV echter als zorgelijk: de beoordelingscriteria veranderen weliswaar niet, maar het accent van die beoordeling verschuift wél: van een snelle en bijna automatische beoordeling van zelfstandig ondernemerschap voor de VAR naar een werkelijk inhoudelijke beoordeling of er mogelijk sprake is van een echte arbeidsovereenkomst. Die VAR-beoordeling vindt in de huidige praktijk niet echt plaats, mede vanwege de werklast bij de Belastingdienst en het beloofde tempo van afgifte van de VAR. De beoordeling van de aard van de arbeidsrelatie (arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht) gaat straks echter wel degelijk echt plaatsvinden.

Nu nog accepteert de Belastingdienst de VAR-wuo als algemene vrijwaring voor loonheffingen, ook in gevallen waarin de relatie feitelijk een echte arbeidsovereenkomst is of was. Straks beoordeelt de Belastingdienst of de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria persoonlijke arbeid, loon en gezagsrelatie en zo ja, dan ís die relatie ook een arbeidsovereenkomst en zijn loonheffingen verschuldigd. Zelfstandig ondernemerschap is dan hooguit nog indirect relevant, als contra-indicatie van werkgeversgezag. Niet voor niets heeft Wiebes herhaaldelijk aangegeven dat de modelovereenkomsten geen uitsluitsel geven over zelfstandig ondernemerschap: hij gaat ervan uit dat de Belastingdienst bij de loonheffingentoets vaak zal blijven ‘steken’ bij de echte arbeidsovereenkomst en dat veel vaker dan nu loonheffingen op die basis geïnd zullen worden. Anders zou dit wetsvoorstel, dat is bedoeld om schijnzelfstandigheid aan te pakken, ook weinig zin hebben. In geval van creatieve werkzaamheden zal een gezagsrelatie overigens doorgaans wel ontbreken.

Fictief dienstverband

Over het buiten toepassing laten van het fictief dienstverband op grond van de zgn. gelijkgesteldenregeling of thuiswerkersregeling als een opdrachtnemer werkt volgens een ‘loonheffingvrij contract’ heeft geen van de fracties vragen gesteld. Ook andere stakeholders hebben voor dit thema geen belangstelling getoond. Voor de uitgeefsector is deze regeling een aanzienlijke verbetering ten opzichte van huidige wetgeving, omdat daardoor een enorme besparing zou worden gerealiseerd en omdat de administratieve lasten nog verder worden verminderd dan met de invoering van het convenant Eigen Verklaring.

Lees meer informatie

Onderwerpen
    sluiten