Veelgestelde vragen

Auteursrecht

  • Welke afspraken bestaan omtrent toegankelijke lectuur voor leesgehandicapten?

    De Auteurswet kent een exceptie ten behoeve van gebruikers met een leesbeperking. In een regeling tussen het NUV, Dedicon en KB wordt concreet vastgelegd hoe invulling wordt gegeven aan deze exceptie. De regeling is te vinden op deze pagina, onder het kopje ‘Bibliotheken’.

    Deze samenwerking tussen uitgevers en bibliotheken is een zeer goed werkende vorm van zelfregulering: Nederland geldt als internationale koploper op het vlak van blindenleesvoorziening. De regeling kent een lange geschiedenis: sinds 1985 bestaan al afspraken tussen het NUV en de toenmalige blindenbibliotheken over het toegankelijk maken van literatuur.

  • Hoe bescherm ik een boektitel?

    Erkenning van auteursrecht op een enkel woord is niet ondenkbaar. Het zal dan moeten gaan om een originele titel of spellingswijze (bijvoorbeeld ‘vurrukkulluk’ van Remco Campert). Titels die op zichzelf als ‘origineel’ bestempeld kunnen worden, genieten dan ook in beginsel auteursrechtelijke bescherming. Voor de meeste titels zal deze bescherming niet gelden.

    Verder kan in sommige gevallen worden gedacht aan het merkenrecht. Via een merkenbureau zijn merken te beschermen die geschikt zijn om de waren (producten) of diensten van een onderneming te onderscheiden. Denk bijvoorbeeld aan een woord, logo, kleur, klank of vorm. Veel boektitels hebben – in tegenstelling tot de naam van een boekenserie of karakters – echter geen onderscheid vermogen.

    Ten slotte kan bijvoorbeeld het creëren van nodeloze verwarring onrechtmatig zijn. Het aantonen dat hiervan sprake is, is echter in de praktijk echter vaak niet eenvoudig.

  • Hoe vindt de verdeling van collectieve gelden plaats?

    Wanneer een bibliotheek een boek uitleent, hebben de rechthebbenden op dat werk recht op een vergoeding. Het uitgeversdeel van deze leenrechtvergoeding wordt uitgekeerd via Stichting PRO. Stichting PRO verdeelt ook zogenaamde ‘readergelden’. Dit zijn gelden die voortvloeien uit overeenkomsten met onderwijsinstellingen. Daarnaast keert Stichting PRO de gelden uit die voortvloeien uit regelingen met knipseldiensten.

    Gelden die voortvloeien uit reprorecht worden aan uitgevers uitgekeerd via de Stichting Reprorecht.

  • Is bij heruitgave van een bestaand werk een nieuw contract nodig?

    Om bestaande werken opnieuw te mogen uitbrengen moet dit ofwel vooraf geregeld zijn in het auteurscontract, ofwel alsnog met de auteur worden overeengekomen.

    Het is verstandig om in uitgaven een bepaling op te nemen voor de mogelijkheid van een herdruk, waarbij zo nodig enkele aanvullende afspraken kunnen worden gemaakt (zoals schriftelijke bevestiging).

  • Wat is een redelijke vergoeding na plaatsing van een foto zonder toestemming?

    Het uitgangspunt voor de uitgever is het bedrag dat aan de fotograaf zou zijn betaald als hij wel van tevoren zijn toestemming had gegeven voor de plaatsing. De fotograaf zal inzetten op zijn gebruikelijke tarief, soms verhoogd met een toeslag. In dat geval is het goed om aan te geven dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het opleggen van een dergelijke verhoging.

    Naast de licentievergoeding wordt soms een vergoeding gevorderd voor het niet opnemen van een naamsvermelding. In principe kan een dergelijke vergoeding wel redelijk zijn.

  • Wanneer moet ik een copyrightsymbool (©) vermelden?

    Het opnemen van een auteursrechtvoorbehoud in een uitgave is aan te raden om duidelijk te maken dat een werk auteursrechtelijk is beschermd en wie de rechten op het werk bezit. Een dergelijke auteursrechtvermelding (‘copyright notice’) is geen voorwaarde voor auteursrechtelijke bescherming. De vermelding heeft een waarschuwings- en informatiefunctie. Daarnaast heeft een voorbehoud een functie met het oog op de nieuwsexceptie in de Auteurswet.

  • Wat zijn persoonlijkheidsrechten?

    De auteur van een werk heeft naast een materieel belang bij de exploitatie van zijn werk ook ideële belangen, die voortvloeien uit de nauwe band tussen de maker en zijn werk. Deze belangen worden beschermd door de persoonlijkheidsrechten, ook wel aangeduid als morele rechten. Zelfs indien een maker zijn auteursrecht volledig heeft overgedragen aan een uitgever, behoudt hij deze persoonlijkheidsrechten.

    De Auteurswet (artikel 25) kent aan de maker expliciet vier persoonlijkheidsrechten toe:

    1. Recht op verzet tegen openbaarmaking zonder naamsvermelding, zolang dat redelijk is.
    2. Recht op verzet tegen wijzigingen in de naamsvermelding.
    3. Recht op verzet tegen andere wijzigingen in het werk, zolang verzet tegen die wijzigingen redelijk is.
    4. Recht op verzet tegen misvorming, verminking of andere aantasting van het werk waardoor nadeel zou kunnen worden aangebracht aan de eer of goede naam van de maker.

    Van een beperkt aantal van deze rechten kan de maker eventueel afstand doen.

    Overdracht van morele rechten is in principe niet mogelijk. Een uitzondering hierop vormt de mogelijkheid van overdracht na het overlijden van de maker. Hiervoor is wel vereist dat dit is geregeld in het testament van de maker.

Meer veelgestelde vragen

Betalingsverkeer

  • Wat zijn de regels voor mandaatbeheer bij SEPA-incasso?

    Voor een mandaat gelden geen andere regels dan voor overige documenten met een juridisch belang. Deze moeten schriftelijk worden vastgelegd (een scan volstaat ook).

    Banken zullen niet actief controleren op de aanwezigheid van mandaten. Een mandaat dient alleen getoond te kunnen worden wanneer een debiteur de betaling betwist binnen de periode van 56 dagen (de reguliere stornotermijn) en/of 13 maanden (termijn mogelijkheid beroep Melding Onterechte Incasso).

    Aangezien het verkrijgen van een geldig mandaat onderdeel is van een incassocontract zou een bank bij een groot aantal betwistingen vragen kunnen stellen en uiteindelijk zelfs het incassocontract kunnen beëindigen. Dit is echter het beleid van de individuele bank.

  • Wat zijn de gevolgen van onjuiste prenotificatie bij incasso?

    Het is aan de individuele banken zelf en het beleid dat zij invoeren hoe hiermee wordt omgegaan. Het niet (op juiste wijze) doen van een prenotificatie is geen reden voor een bank om een melding onterechte incasso te honoreren.

    Banken controleren ook niet actief of sprake is van een juiste prenotificatie. Indien bedrijven er echt een rommel van maken en er over een bedrijf veel klachten binnenkomen bij de bank, kan de bank wel besluiten het incassocontract van het betreffende bedrijf te beëindigen. Er zijn geen mogelijkheden voor de bank of andere instanties om bijvoorbeeld boetes op te leggen.

    De consument kan gebruikmaken van zijn stornorecht, daarmee maakt hij de betaling ongedaan. Dit ontslaat de consument echter niet van zijn contractuele verplichting tot betaling. De betaling dient dan alsnog op andere wijze te worden gedaan.

    Inzet moet zijn dat bedrijven onduidelijkheden en klachten in overleg met de consument op adequate wijze proberen op te lossen.

  • Hoe moet prenotificatie bij Europese incasso (SEPA Direct Debet) plaatsvinden?

    De prenotificatie is vormvrij en mag via brief, e-mail, sms of andere media. Belangrijk is dat de datum van incasso (mag bijvoorbeeld ook zijn: rond de 25e van de maand) en het bedrag worden vermeld. De prenotificatie moet ten minste 14 dagen voorafgaand aan de incasso aan de debiteur worden verstrekt (mag ook langer van tevoren), tenzij onderling expliciet anders overeengekomen (dan zou onderling ook korter dan 14 dagen van tevoren overeengekomen kunnen worden).

    Prenotificeren moet plaatsvinden bij de eerste incasso van een reeks en vervolgens bij wijziging van het geïncasseerde bedrag.

    Feitelijk gaat het erom dat de consument/abonnee niet voor verrassingen komt te staan. Wees vooral duidelijk over wat de consument/abonnee kan verwachten, waar deze relevante informatie kan vinden en ga er in de praktijk bij discussie in alle redelijkheid mee om.

    Bij het niet op de juiste wijze vormgeven van de verplichte prenotificatie kunnen geen sancties worden opgelegd, zoals een boete. Wel kan de betreffende bank, indien over een bedrijf veel klachten worden ontvangen, het incassocontract intrekken.

  • Is het toegestaan om automatische incasso alleen aan te bieden aan in Nederland gevestigde consumenten en/of consumenten met een Nederlandse bankrekening?

    De wet (Europese Verordening) stelt dat een bedrijf geen eisen mag stellen aan de ‘lokalisatie’ van de rekening van de klant ten aanzien van het al dan niet aanbieden van betaalwijzen. Een rekening bij een buitenlandse bank moet derhalve toegestaan worden. Deze buitenlandse rekening hoeft overigens niet per se van een buitenlandse klant te zijn.

    Andersom betekent dit niet dat door klanten met een buitenlandse rekening verplicht een automatische incasso als betaalwijze gebruikt moet worden.

  • Blijven incassomachtigingen van abonnees geldig bij verkoop van een titel aan een derde partij?

    Optie 1: Opvragen nieuwe machtigingen

    Bij het overdragen van de incassorelatie is het formeel nodig dat een nieuwe machtiging door de nieuwe incassant (met de nieuwe Incassant ID) wordt verkregen van de abonnee. Voorwaarden vanuit de SEPA Direct Debet (SDD) Rulebooks, die de basis zijn voor de productinrichting van de Europese incasso, stellen dat de debetbank na de standaardtermijn van 8 weken niet meer zal storneren als er een geldige machtiging kan worden getoond. Bij ontbreken daarvan kan de debiteur (gedurende 13 maanden na transactiedatum) een beroep doen op de debetbank om de incasso terug te draaien (Melding Onterechte Incasso). Deze termijnen komen uit de Payment Service Directive (PSD) en zijn de basis geweest voor de SDD Rulebooks. Wanneer geen geldige machtiging aanwezig is, bestaat in de praktijk langer onzekerheid over de betaling (13 maanden in plaats van 8 weken zoals regulier geldt).

    Optie 2: Communicatie wijziging aan consument/abonnee

    In de praktijk komt het echter voor dat de crediteur het risico van wegloop van klanten (omdat ze geen nieuwe machtiging afgeven) groter acht dan het ontbreken van geldige machtigingen. Er wordt een risicoafweging gemaakt en in een dergelijk geval wordt wel voor een alternatieve aanpak gekozen. Bij de overname informeert de latende partij, eventueel in samenspraak met de nieuwe partij, over de wijziging: dat het abonnement wordt voortgezet en dat er door een andere partij geïncasseerd zal gaan worden, waarbij dan ook de betreffende gegevens van de nieuwe incassant worden vermeld. Deze communicatie vervangt echter de formeel geldige machtiging niet, maar geeft in de praktijk wel duidelijkheid aan de debiteur/de abonnee. In dit geval kan de debiteur/abonnee gedurende 13 maanden formeel nog wel een beroep doen op het ontbreken van een geldige machtiging. De kans dat abonnees dit inderdaad doen, is het best door de uitgever zelf in te schatten, maar mede afhankelijk van doelgroep, mogelijk zeer beperkt. Als de abonnee het blad heeft ontvangen blijft overigens een betaalverplichting gelden, ook als de abonnee besluit de incasso te betwisten.

    Mocht gekozen worden voor optie 2, dus geen nieuwe machtigingen opvragen, dan wordt wel geadviseerd de contractvoorwaarden van de bank (credit) goed door te nemen en eventueel met de eigen bank te overleggen over de (gevolgen van) te volgen route.

  • Wat doen banken bij gebruik van de zakelijke Europese incasso als de debiteur onvoldoende saldo heeft?

    Banken handelen verschillend. Als de debiteur op het moment van incasseren (D) onvoldoende saldo heeft, dan kan de debetbank besluiten om de transactie:

    • direct niet te honoreren. (ING/SNS/Regiobank)
    • direct debet te boeken op de rekening van de debiteur en de debiteur tot D+1 de mogelijkheid te bieden om het saldo aan te zuiveren. Als dat niet lukt, dan wordt de rekening van de debiteur op D+1 weer credit geboekt. (Rabobank)
    • op D+1 nogmaals aan te bieden, d.w.z. pas definitief niet honoreren als er ook op D+1 onvoldoende saldo is. Hierbij vindt er geen debetboeking op rekening van de debiteur plaats. (ABN AMRO)

    Een overzicht van de door de banken gehanteerde basishandelwijzen bij de zakelijke Europese incasso

Btw

  • Zijn uitbetalingen van royalty’s belast met btw?

    In de uitgeverij worden regelmatig betalingen gedaan op basis van royalty’s (een percentage van de omzet van de verkochte boeken). Dienen uitbetalingen van royalty’s belast of onbelast plaats te vinden?

    Dit is afhankelijk van verschillende factoren. Royalty’s kunnen zowel belast als onbelast zijn. En royalty’s die belast zijn, kunnen vervolgens in bepaalde gevallen alsnog worden vrijgesteld van de omzetbelasting.

    Belast
    Bepalend voor de omzetbelasting is de vraag of er sprake is van een vergoeding voor een prestatie in het economisch verkeer. Zo ja, dan is de betaling belast. Zo nee, dan is de betaling onbelast. Bij royalty’s is bijna altijd sprake van een prestatie in het economisch verkeer en dus zijn de betalingen in beginsel belast met het standaard btw-tarief. Echter, royalty’s die in beginsel belast zijn, kunnen vervolgens ook weer zijn vrijgesteld voor de omzetbelasting.

    Vrijstelling
    In de Wet op de omzetbelasting zijn een aantal vrijstellingen opgenomen, onder andere voor de categorie ‘componisten, schrijvers, cartoonisten en journalisten’. Auteurs zijn dus vrijgesteld van de omzetbelasting over de opbrengsten van hun schrijverschap. Hetzelfde geldt voor vertalers. Lees bij de Belastingdienst om welke activiteiten het precies gaat.

    Royalty’s voor illustraties en foto’s zijn niet vrijgesteld voor de omzetbelasting. Hiervoor geldt ook het standaard btw-tarief. Er is één bijzondere uitzondering op dat percentage en die geldt wanneer de illustratie of de foto als uniek kunstwerk kan worden beschouwd. Dat geldt in elk geval niet wanneer de illustratie of foto in een boek, krant, tijdschrift of televisieprogramma wordt gepubliceerd. Deze uitzondering geldt alleen bij unieke en kunstzinnige producties, bijvoorbeeld als onderdeel van een expositie. In dat geval geldt het verlaagde btw-tarief.

    De vrijstelling geldt alleen wanneer een schrijver zijn eigen rechten exploiteert. Wanneer aan iemand royalty’s worden betaald voor het gebruik van geestelijk eigendom van iemand anders, dan is er geen sprake van vrijstelling voor de omzetbelasting. Bijvoorbeeld: als iemand de rechten heeft geërfd of gekocht, als de rechten zijn overgedragen aan een rechtspersoon. Zo is de exploitatie van het auteursrecht door uitgevers ook niet vrijgesteld. De uitgever die het werk, het auteursrecht van bijvoorbeeld een schrijver, ‘doorverkoopt’ moet hierover dus wel btw betalen.

    Onbelast
    Royalty’s kunnen ook onbelast zijn, namelijk als er geen tegenprestatie wordt geleverd voor de vergoeding. Dit is het geval wanneer de bezitter van het auteursrecht geen toestemming heeft verleend voor het gebruik van zijn werk (bijvoorbeeld de leenvergoedingen van bibliotheken of een uitgegeven werk dat zonder toestemming tegen een zogenaamde billijke vergoeding geheel of gedeeltelijk wordt overgenomen in bloemlezingen e.d. die zijn bestemd voor het onderwijs of een wetenschappelijk doel). Over deze vergoedingen hoeft dus geen btw berekend te worden.

  • Hoe moet de btw voor combinatieproducten worden vastgesteld?

    Het is niet direct duidelijk wat de btw voor combinatieproducten is, bijvoorbeeld een cd-rom (standaard tarief) bij een papieren boek (laag tarief) of online diensten (standaard tarief) bij een krant of tijdschrift (laag tarief). Dit hangt namelijk af van of het toegevoegde product als een bijkomend product kan worden beschouwd of als zelfstandig product (zie ook de toelichting van de Belastingdienst).

    Indien sprake is van een zelfstandig product (dus de levering van twee afzonderlijke goederen/diensten), dan dient de btw te worden gesplitst. De verschillende tarieven die voor de afzonderlijke goederen en/of diensten gelden, moeten dan worden toegepast. Het maakt hierbij niet uit of de producten al dan niet tegen één prijs aan de consument worden aangeboden. Als de levering van het combinatieproduct tegen één prijs wordt aangeboden, moet de vergoeding worden gesplitst op basis van de gangbare prijzen die voor elk van de artikelen afzonderlijk worden gevraagd.

    Als de onderdelen van het combinatieproduct niet ook afzonderlijk worden aangeboden, kan de vergoeding worden gesplitst op basis van de gemaakte kosten en de aan elk artikel toe te rekenen winstopslag. Bij het toerekenen van de winstopslag wordt dan tevens de verhouding van de gemaakte kosten als maatstaf gehanteerd.

    Wilt u er zeker van zijn dat een en ander in uw specifieke geval juist is berekend, dan kunt u dit het best zelf voorleggen aan de daartoe competente eenheid van de Belastingdienst.

  • Hoe moet de btw berekend worden bij facturatie aan een buitenlandse adverteerder?

    U heeft te maken met een buitenlandse adverteerder in uw dagblad of tijdschrift. Dient in dit geval btw berekend te worden? Wat dient te worden vermeld op de factuur?

    Binnen de EU
    Indien de adverteerder afkomstig is uit een EU-land, dan hoeft er geen (Nederlandse) btw in rekening gebracht te worden. Binnen de EU is sprake van een zogeheten verleggingsregeling voor de btw. De reclamedienst (het plaatsen van de advertentie) is belast in het land van de afnemer ofwel de adverteerder.

    Facturatie 
    Op de factuur dient geen btw-bedrag te worden opgenomen. Wel moet het btw-nummer van de adverteerder op de factuur worden vermeld en dient te worden aangegeven dat het gaat om ‘btw verlegd’ ofwel ‘VAT shifted’.

    Aangifte
    De betreffende facturen horen op de aangifte voor de omzetbelasting te worden opgenomen onder categorie 3b (Leveringen en diensten aan landen binnen de EU). Daarnaast dient hetzelfde bedrag te worden opgenomen op het aangiftebiljet ICP (Intracommunautaire Prestaties).

    Buiten de EU
    Indien de adverteerder afkomstig is uit een land buiten de EU, dan geldt eveneens dat er geen Nederlandse btw in rekening gebracht hoeft te worden. Echter, anders dan bij landen binnen de EU, is hier niet automatisch sprake van een verleggingsregeling. Bij ofwel de afnemer ofwel de fiscus in het land van de afnemer/adverteerder dient navraag gedaan te worden of sprake is van een verleggingsregeling btw. Als dat inderdaad zo is, dient dit op de factuur te worden vermeld (vermelding ‘VAT shifted’ en het btw-nummer). Anders dan bij afnemers binnen de EU hoeven de betreffende bedragen in dit geval niet te worden opgenomen op het aangiftebiljet omzetbelasting.

  • Wie moet het btw-percentage voor royalty's vaststellen?

    De uitbetaling van royalty’s is in de praktijk vaak vrijgesteld van btw, maar hierop bestaan uitzonderingen. Wie is verantwoordelijk voor de toetsing van de juiste situatie: de uitgever (die de royalty’s uitbetaalt) of de auteur (de dienstverlener die de royalty’s ontvangt)?

    De Belastingdienst stelt in deze dat ‘degene die de dienst verricht, ook degene is die verantwoordelijk is voor de vaststelling van de al dan niet verschuldigde omzetbelasting’. In deze situatie is dit de auteur. De auteur is degene die verantwoordelijk is voor de vaststelling van het juiste btw-percentage voor royalty’s en is ook degene die bij onjuiste toepassing door de Belastingdienst zal worden aangesproken.

    De uitgeverij mag aan de auteur een overzicht uitreiken exclusief btw. De auteur zal dan zelf moeten vaststellen of hij hierover al dan niet btw dient te berekenen. De auteur dient dit vervolgens aan de uitgever kenbaar te maken op de door hem verstuurde declaratie of factuur.

    Indien door de uitgever wordt vastgesteld dat de auteur hierin onjuist handelt, bijvoorbeeld door wel btw te berekenen waar het een vrijgestelde prestatie betreft, dan kan de uitgever niet zonder meer besluiten deze btw niet te betalen. Wel kan de uitgever het gesprek aangaan met de auteur wanneer vermoed wordt dat de auteur onjuist handelt.

  • Is het nodig om voor de uitbetaling van royalty’s een factuur op te maken?

    Volstaat bij de administratieve afwikkeling van de uitbetaling van royalty’s door de uitgeverij aan de auteur een declaratie van de auteur of is een formele factuur vereist?

    Doorgaans geldt een facturatieverplichting voor een ondernemer die goederen levert en/of diensten verricht voor een andere ondernemer. De factuur moet dan voldoen aan de vereisten op basis van de op dat moment geldende regelgeving. Uitzondering hierop zijn die gevallen waarin het gaat om bijvoorbeeld goederen/diensten die voor de omzetbelasting zijn vrijgesteld. Voor dergelijke goederen/diensten hoeft geen factuur te worden opgemaakt die aan alle factuurregels voldoet, maar volstaat bijvoorbeeld een declaratie. Zie ook de website van de Belastingdienst.

    Onder bepaalde voorwaarden geldt voor de diensten van auteurs een vrijstelling (zie de nadere toelichting van de Belastingdienst). Wanneer het dus een dienst betreft van een auteur voor wie een vrijstelling voor de omzetbelasting geldt, kan een declaratie volstaan.

    In het andere geval, indien het geen vrijgestelde prestatie betreft, dient een factuur te worden opgemaakt. Dit is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de betrokken auteur. Indien dit om welke reden dan ook niet mogelijk blijkt, bestaat de mogelijkheid dit als uitgeverij zelf te doen door de factuur op te maken ten behoeve van de eigen administratie (self billing). Op de factuur dient dan wel duidelijk zichtbaar te worden gemaakt dat de factuur door de uitgever zelf, als afnemer van de dienst, ten behoeve van de dienstverlener, is opgemaakt.

  • Wel of geen btw verschuldigd over subsidies?

    Prestaties waar geen vergoeding tegenover staat, zijn geen diensten en om die reden niet belast. In het geval van een subsidie is niet altijd duidelijk of tussen de activiteit van de subsidieontvanger en het ontvangen bedrag een rechtstreeks verband bestaat. De vraag is of de subsidie de vergoeding vormt voor een prestatie van de subsidieontvanger. Wanneer verdedigd kan worden dat de subsidie niet specifiek gericht is op de individuele prestatie van de subsidieontvanger, maar op het collectieve algemene belang, ontbreekt het voor btw-heffing vereiste rechtstreekse verband tussen subsidie en prestatie en is de subsidie onbelast.

    In de Europese btw-richtlijn, waarop onze Nederlandse btw-regelgeving (Wet op de omzetbelasting) gebaseerd is, behoren subsidies die rechtstreeks met de prijs van de prestaties verband houden uitdrukkelijk tot de vergoeding. In geval van subsidies aan uitgevers van boeken zal, om aan btw-heffing te ontkomen, aannemelijk moeten worden gemaakt dat de subsidie is verleend vanwege het algemeen belang (bijvoorbeeld om het mogelijk te maken dat de bevolking kennis kan nemen van literatuur die anders niet beschikbaar zou komen) en dus meer is dan louter een subsidie om een lagere verkoopprijs mogelijk te maken. Dergelijke gevallen zullen steeds aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden moeten worden getoetst.

    Zie ook de website van de Belastingdienst

    Overige relevante informatie en een praktische toelichting:

Consumentenzaken

  • Welke rechten heeft een abonnee bij eenzijdige wijziging van de abonnementsvoorwaarden?
  • Hoeveel mag de abonnementsprijs van vaktijdschriften worden verhoogd zonder dat de abonnee het recht heeft om op te zeggen?
  • Geldt de abonnementenwet ook voor zakelijke abonnees?

    De abonnementenwet kent alleen regels voor consumentenabonnementen. Het begrip consument wordt door de wet gedefinieerd als ‘natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf’. Dat de wet is bedoeld om consumenten te beschermen wil echter nog niet zeggen dat de wet helemaal geen invloed heeft op zakelijke abonnementen.

    Uitgevers met hoofdzakelijk zakelijke abonnees kunnen met de abonnementenwet te maken krijgen via de zogeheten ‘reflexwerking’. Dat wil zeggen dat de regels van toepassing kunnen zijn op een zakelijke abonnee, omdat hij in positie vergelijkbaar is met een consument. De zakelijke abonnee die vindt dat hij dezelfde bescherming verdient als een consument moet zelf aannemelijk maken waarom dat zo is.

    NB Voor het Bel-me-niet Register (Telecomwet) worden zzp’ers en vof’s per definitie als consument aangemerkt. Dat is in de abonnementenwet niet het geval.

  • Is tussentijdse beëindiging van een abonnement dat stilzwijgend met drie maanden is verlengd toegestaan?

    Nee. De wet geeft de abonnee niet de mogelijkheid tussentijds zijn abonnement voor bepaalde tijd te beëindigen. De abonnee is gebonden voor de duur van het abonnement. Opzeggen gedurende de abonnementsperiode heeft alleen als effect dat het abonnement na de einddatum van dat abonnement niet meer stilzwijgend wordt voortgezet.

  • Is het stilzwijgend verlengen van abonnementen verboden?

    Nee. Het stilzwijgend verlengen van consumentenabonnementen is niet volledig verboden, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Abonnementen op kranten en tijdschriften mogen met maximaal drie maanden stilzwijgend worden verlengd. De abonnee is dan gebonden voor de duur van het abonnement; tussentijdse beëindiging is alleen mogelijk wanneer de uitgever daarmee uit coulance instemt. Vindt stilzwijgende voortzetting plaats voor onbepaalde tijd, dan krijgt de abonnee het recht het abonnement op te zeggen met één maand opzegtermijn (voor laagfrequente bladen die minder dan een keer per maand verschijnen mag dit drie maanden zijn).

    Let op: deze regels met betrekking tot stilzwijgende verlenging en opzegtermijnen gelden alleen als de wederpartij een consument is (d.w.z. een natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Op abonnementen die worden afgesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf is de wet niet rechtstreeks van toepassing en deze mogen stilzwijgend worden verlengd met meer dan drie maanden, mits dit in de abonnementsvoorwaarden is opgenomen en deze op de juiste manier aan de abonnee ter hand zijn gesteld.

  • Kan een bewust afgesloten jaarabonnement tussentijds worden beëindigd?

    Nee. De abonnementenwet beschermt consumenten vooral tegen verplichtingen die zij onbewust aangaan. Abonnementen voor bepaalde tijd die bewust door de abonnee zijn aangegaan, bijvoorbeeld door het invullen van een antwoordkaart of webformulier, binden hem voor de duur van het afgesloten abonnement.

    Uitzondering: abonnementen die bewust worden aangegaan voor een periode van langer dan een jaar mogen na het eerste jaar in principe tussentijds worden beëindigd door opzegging met inachtneming van een opzegtermijn van één maand. Dit is alleen anders wanneer de uitgever kan aantonen waarom het redelijk is de abonnee te houden aan de volledige abonnementstermijn of aan een langere opzegtermijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de abonnee een kostbaar cadeau of een aanzienlijke korting heeft ontvangen als beloning voor zijn langdurige loyaliteit.

  • Is vooruitbetaling van een abonnement, bijvoorbeeld voor een jaar, toegestaan?
Meer veelgestelde vragen

Mededingingsrecht

  • Mag ik een ‘laagsteprijsgarantie’ afspreken met distributeurs?

    Contracten met distributeurs bevatten soms bepalingen dat de prijs op een distributieplatform niet hoger mag zijn dan de prijzen die uitgevers op andere distributieplatforms voor dezelfde e-books hanteren. Een dergelijke bepaling lijkt op het eerste gezicht de concurrentie te bevorderen, doordat een uitgever wordt gedwongen om lage prijzen aan te bieden. Vanuit mededingingsautoriteiten wordt er echter op gewezen dat deze laagsteprijsgaranties voor uitgeverijen ontmoedigend kunnen werken om prijsreducties door te voeren aan andere distributieplatforms.

    Lees meer over de risico’s van dergelijke bepalingen.

  • Mag ik afspraken maken met distributeurs over de consumentenprijs van e-books?

    Wanneer een distributieplatform als agent fungeert van een uitgever, sluit het platform namens de uitgeverij licenties met eindgebruikers voor toegang tot e-books. Wanneer een platform daarbij als agent niet de financiële en commerciële risico’s van de verkoop van de e-books draagt, wordt de verkoopfunctie van het distributieplatform volgens het mededingingsrecht gezien als onderdeel van de activiteiten van de uitgever. De uitgever kan in dat geval zelfstandig de commerciële strategie van zijn verkoop, en dus ook de eindprijzen en voorwaarden vaststellen waaronder het platform e-books moet verkopen.

    Wanneer een distributieplatform niet als agent kan worden aangemerkt, is ‘verticale prijsbinding’ niet toegestaan.

    Lees meer

  • Zijn de normtarieven in het modelcontract Nederlandstalig literair werk in strijd met de Mededingingswet?

    In het modelcontract voor een Nederlandstalig literair werk zijn aanwijzingen voor royaltypercentages opgenomen, waarvan niet ten nadele van een auteur mag worden afgeweken. Deze voorwaarden worden door partijen betiteld als ‘normatief’: afwijking van de normtarieven is toegestaan, maar daar moeten goede redenen voor zijn en duidelijke afspraken over zijn gemaakt.

    Het NUV en de VSenV zijn op basis van een zorgvuldige analyse van de economische context tot de conclusie gekomen dat de normatieve bepalingen in de modelcontracten geen inbreuk maken op het mededingingsrecht.

    • Het is niet zo dat een royaltyregeling per definitie de markt (het aantal verkochte exemplaren) en het inkomen van de auteur bepaalt.
    • De modelcontracten zijn overeengekomen tussen aanbieders en vragers en zijn te vergelijken met een (niet-bindende) cao. Vertegenwoordigers van de belangen die de Mededingingswet beoogt te beschermen zitten zelf aan tafel. Zij kunnen die belangen dus goed beschermen.
    • De modelcontracten zijn richtinggevend voor slechts een beperkt deel van de schrijvers. De modelcontracten voor literair werk zijn alleen richtinggevend voor strikt literair werk. Literatuur maakt een relatief gering deel uit van de markt voor het algemene boek.
    • In de praktijk worden regelmatig hogere honoraria bedongen.
    • Auteurshonorarium maakt een relatief gering deel uit van de verkoopprijs van een boek. De prijs wordt grotendeels bepaald door andere kosten, zoals redactie, marketing en distributie en de margeverlening aan de boekhandel.
    • De auteur of vertaler levert een unieke, persoonsgebonden creatieve prestatie. De uitgever bepaalt zijn keuze op basis van de kwaliteit van het werk en/of de reputatie van de auteur of vertaler. Het honorarium speelt bij die keuze geen rol van betekenis.
    • Het royaltypercentage is het resultaat van een evenwichtige verdeling van de netto-opbrengst. Wereldwijd is het auteurshonorarium voor boeken rond 10 procent van de verkoopprijs, ook zonder collectieve afspraken.
    • Juist beginnende auteurs en auteurs van literaire werken met een relatief beperkt publiek worden door de modelcontracten beschermd. De minimumnormen in de modelcontracten dragen bij aan de handhaving van het kwalitatief hoogwaardige en vooral pluriforme aanbod aan literatuur.

    De NMa heeft eerder toegelicht ‘om redenen van prioriteit vooralsnog geen aanleiding’ voor een mededingingsrechtelijk of economisch onderzoek te zien.

  • Waar vind ik de vertaaltarieven voor de vertaling van een literair werk?

    Sinds 1 juni 2007 hebben auteurs en uitgevers zelf de vrijheid en verantwoordelijkheid om een vertaaltarief per woord overeen te komen. Het afspreken van een vast tarief per woord, dat het hoofdinkomen van een literair vertaler vormt, beschouwt de NMa als een inbreuk op het mededingingsrecht. Het modelcontract voor de vertaling van een literair werk bevat daarom geen afspraken voor vertaaltarieven.

  • Waarom mag een uitgever wel de verkoopprijs van boeken vaststellen?

    De Wet op de vaste boekenprijs vormt een uitzondering op de Mededingingswet.

Privacy

  • Wat is de rol van de Autoriteit Consument & Markt (ACM)?

    De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is de toezichthouder op de Nederlandse telecommunicatie- en postmarkt. De belangrijkste taak van ACM is het bevorderen van bestendige concurrentie op deze markten. Om haar taken naar behoren te kunnen uitoefenen, heeft de wetgever aan ACM een aantal bevoegdheden toegekend. Deze bevoegdheden zijn neergelegd in de Telecommunicatiewet, de Postwet en de bij deze wetten behorende lagere regelgeving.

    Spamverbod

    De Telecommunicatiewet heeft ACM belast met handhaving van het verbod. Op grond van artikel 15.1 van de Telecommunicatiewet kan ACM besluiten een boete op te leggen aan een overtreder. Ook zal ACM spammers met een waarschuwing manen om op te houden met het versturen van ongevraagde berichten.

    De Telecommunicatiewet is een Nederlandse wet die in Nederland geldt voor natuurlijke of rechtspersonen die vanuit ons land elektronische berichten versturen. Het maakt daarbij geen verschil in welk land de berichten worden ontvangen. ACM kan niets doen tegen spam afkomstig uit het buitenland. Overigens gaat het om de materiële verzender. Daarmee wordt gedoeld op de degene die op de verzendknop drukt of degene die opdracht geeft tot de verzending. Een voorbeeld: een organisatie geeft vanuit Nederland opdracht aan een buitenlandse internetaanbieder om ongevraagde berichten te verzenden. Deze organisatie zal worden aangemerkt als verzender en valt onder de Nederlandse Telecommunicatiewet.

    Om spammers te vervolgen maakt ACM gebruik van meldingen die ontvangers doorgeven. Deze berichten worden in een beveiligd geautomatiseerd systeem opgeslagen.

    Andere partijen

    Niet alleen ACM ziet toe op de naleving van wettelijke bepalingen op het terrein van spam. Ook het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt toezicht. Het CBP controleert de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • Kan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) mij zwart-op-wit aangeven of ik aan alle regels voldoe?

    Nee, de ACM geeft als toezichthouder vooraf geen adviezen aan individuele ondernemingen. Zij verwijst voor juridisch advies naar uw advocaat of juridisch adviseur.

  • Is de Autoriteit Consument & Markt (ACM) bevoegd om invallen te doen?

    Ja. ACM heeft een speciaal team internetveiligheid met digitale rechercheurs, onderzoekers en juristen. Onaangekondigd kan toezichthouder ACM een inval doen en daarbij alle computers in beslag nemen, forensische kopieën maken en medewerkers ondervragen.

  • Hoe voorkom ik dat ik door het spamverbod geen persberichten ontvang terwijl ik die nodig heb voor mijn werk?

    Een speciaal mailadres op de website, bijvoorbeeld persberichten@uitgeverij.nl, voorzien van de melding ‘naar dit mailadres mag u persberichten sturen’ zorgt ervoor dat de verzender weet dat hij geen risico loopt. Als zo’n melding ontbreekt, mogen er niet zomaar e-mails naar dat adres worden gestuurd. Het is ook niet toegestaan om mails naar andere mailadressen van het bedrijf te sturen.

    Het is toegestaan om zelf aan te geven wat er wel en niet welkom is op zo’n adres, bijvoorbeeld: ‘naar het adres info@uitgeverij.nl mag u reclame over kantoormeubilair sturen’. Andersoortige reclame wordt dan gezien als spam.

  • Heb ik toestemming nodig van een potentiële opdrachtnemer (bijvoorbeeld auteur/meelezer) om diegene per mail een opdracht aan te bieden?

    In de Telecomwet (art. 11.7) staat het volgende: ‘Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend (…)’

    De meeste e-mails die zijn gericht aan potentiële opdrachtnemers zullen met menselijke tussenkomst plaatsvinden en vallen daarmee niet onder het spamverbod.

  • Is toestemming voor plaatsing op een mailinglist ook nodig van mijn zakelijke contacten?

    Al jaren heb ik contact met een cultuurredacteur bij een dagblad en ik stuur hem vaak persberichten over nieuwe uitgaven. Moet ik die redacteur nu vragen om toestemming voor het toesturen van mailings?

    Ja, want een bestaand contact is niet hetzelfde als een bestaande klant. Daarvoor moet sprake zijn geweest van een transactie, waarbij – volgens de interpretatie van ACM – een financiële stroom moet hebben plaatsgevonden. Heeft u geld gevraagd om een proefnummer aan een bedrijf toe te zenden, dan kan dat worden gezien als een transactie.

  • In hoeverre mag het NUV ledenmailings versturen?

    Het B2B-spamverbod in de Telecomwet is vaak niet van toepassing op de e-mailings vanuit het NUV of de groepsverenigingen. Het spamverbod in de Telecomwet geldt namelijk alleen voor elektronische berichten met een commercieel, charitatief of ideëel doel. Hoewel de OPTA dit ruim uitlegt, vallen berichten vanuit het NUV of de groepsverenigingen doorgaans niet onder een van die drie categorieën. Vaak bevatten de e-mails immers slechts informatie over nuttige (kosteloze) evenementen en informatie en/of adviezen over relevante (juridische) ontwikkelingen en verwachten leden deze informatie zelfs van hun branchevereniging. Toestemming voor het toezenden is niet nodig. Evenmin is het wettelijk verplicht om een afmeldmogelijkheid te bieden in de e-mail. Wel is het aan te raden die mogelijkheid wel vrijwillig te bieden om irritatie te voorkomen.

    Zodra e-mailberichten vanuit het NUV commerciële boodschappen bevatten, bijvoorbeeld berichten over mantelpolissen voor NUV-leden, of congressen van derden waarbij het NUV als sponsor optreedt, is de Telecomwet wel van toepassing. Dan is de vraag of de ontvanger geldt als ‘bestaande klant’ en zo ja of de e-mail gaat over ‘soortgelijke goederen en diensten’.

    Leden van het NUV zijn in principe te beschouwen als bestaande klanten van het NUV; zij betalen contributie in ruil voor brede dienstverlening. Het NUV en de groepsverenigingen mogen de leden in beginsel commerciële, charitatieve en ideële e-mails sturen, mits die e-mails een kosteloze, eenvoudige en effectieve afmeldmogelijkheid bevatten.

    Het is te verdedigen dat het NUV en de groepsverenigingen adverteerders en mediabureaus die zij voorzien van onder andere bereikcijfers, ook als bestaande klanten mogen beschouwen, ook al heeft er geen geldstroom plaatsgevonden.

Meer veelgestelde vragen

Reclame

  • Wat is de rol van de Autoriteit Consument & Markt (ACM)?

    De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is de toezichthouder op de Nederlandse telecommunicatie- en postmarkt. De belangrijkste taak van ACM is het bevorderen van bestendige concurrentie op deze markten. Om haar taken naar behoren te kunnen uitoefenen, heeft de wetgever aan ACM een aantal bevoegdheden toegekend. Deze bevoegdheden zijn neergelegd in de Telecommunicatiewet, de Postwet en de bij deze wetten behorende lagere regelgeving.

    Spamverbod

    De Telecommunicatiewet heeft ACM belast met handhaving van het verbod. Op grond van artikel 15.1 van de Telecommunicatiewet kan ACM besluiten een boete op te leggen aan een overtreder. Ook zal ACM spammers met een waarschuwing manen om op te houden met het versturen van ongevraagde berichten.

    De Telecommunicatiewet is een Nederlandse wet die in Nederland geldt voor natuurlijke of rechtspersonen die vanuit ons land elektronische berichten versturen. Het maakt daarbij geen verschil in welk land de berichten worden ontvangen. ACM kan niets doen tegen spam afkomstig uit het buitenland. Overigens gaat het om de materiële verzender. Daarmee wordt gedoeld op de degene die op de verzendknop drukt of degene die opdracht geeft tot de verzending. Een voorbeeld: een organisatie geeft vanuit Nederland opdracht aan een buitenlandse internetaanbieder om ongevraagde berichten te verzenden. Deze organisatie zal worden aangemerkt als verzender en valt onder de Nederlandse Telecommunicatiewet.

    Om spammers te vervolgen maakt ACM gebruik van meldingen die ontvangers doorgeven. Deze berichten worden in een beveiligd geautomatiseerd systeem opgeslagen.

    Andere partijen

    Niet alleen ACM ziet toe op de naleving van wettelijke bepalingen op het terrein van spam. Ook het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt toezicht. Het CBP controleert de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • Kan de Autoriteit Consument & Markt (ACM) mij zwart-op-wit aangeven of ik aan alle regels voldoe?

    Nee, de ACM geeft als toezichthouder vooraf geen adviezen aan individuele ondernemingen. Zij verwijst voor juridisch advies naar uw advocaat of juridisch adviseur.

  • De wet spreekt van 'voorafgaande toestemming'. Wat houdt dat precies in?

    ‘Voorafgaande toestemming’ betekent dat een abonnee uitdrukkelijk en geïnformeerd toestemming moet geven voor de ontvangst van bepaalde berichten. Uitdrukkelijk betekent dat een abonnee zelf een kruisje op een webformulier moet zetten of ‘ja’ moet invullen. ‘Geïnformeerd’ impliceert dat een abonnee weet waar hij ‘ja’ tegen zegt. Vage aanduidingen zoals ‘u geeft toestemming voor de ontvangst van e-mails van dit bedrijf en partners’ acht ACM daarom in strijd met de wet.

  • Mag ik mijn huidige klanten bellen zonder eerst het Bel-me-niet Register te raadplegen?

    Ja. U mag uw huidige klanten benaderen zonder eerst het register te raadplegen. Dan moet uw telefonisch aanbod wel aansluiten bij het product dat ze op dit moment van u afnemen. Stel, u bent een charitatieve instelling. U hoeft uw belbestand niet op te schonen als u consumenten, die u eerder al een schenking hebben gedaan, wilt vragen om een nieuwe schenking.

    Bron: toezichthouder ACM

  • Moet ik mijn belbestanden die voortkomen uit enquêtes en/of prijsvragen ook opschonen met het Bel-me-niet Register?

    Ja. U moet altijd uw belbestanden opschonen met het register. U moet consumenten die ingeschreven staan in het register uit uw belbestanden verwijderen. Dit geldt ook wanneer de consument toestemming verleent voor het gebruik van zijn (contact)gegevens, bijvoorbeeld door het accepteren van de algemene voorwaarden of privacystatement bij enquêtes en/of prijsvragen.

    Bron: toezichthouder ACM

  • Ik wil alleen mijn eigen klanten bellen, moet ik dan ook het recht van verzet bieden?

    Ja. U moet altijd in elk telefonisch (verkoop)gesprek actief het recht van verzet aanbieden en respecteren, dus ook in gesprekken met bestaande klanten of relaties.

    Bron: toezichthouder ACM

  • Kan ik als adverteerder ervan uitgaan dat mijn callcenter het Bel-me-niet Register communiceert?

    Nee. U en het callcenter zijn beiden verantwoordelijk om in elk telefonisch gesprek het register te noemen en de consument actief de mogelijkheid te bieden om direct en zonder kosten opgenomen te worden in het register. Zorg dus dat u samen afspreekt dat het callcenter actief deze mogelijkheid biedt.

    Bron: toezichthouder ACM

Meer veelgestelde vragen

Werkkostenregeling

  • Kunnen abonnementen op kranten en tijdschriften nog onbelast aan werknemers worden vergoed?

    Krant of tijdschrift als vakliteratuur

    Een krant of tijdschrift kan in een aantal gevallen beschouwd worden als vakliteratuur. Vakliteratuur is onder de Werkkostenregeling (WKR) gericht vrijgesteld. In de terminologie van de WKR valt vakliteratuur onder de vrijstelling voor ‘onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden ter vervulling van de dienstbetrekking’. Wanneer een krant of tijdschrift beschouwd kan worden als vakliteratuur, dan is het abonnement volgens de WKR net als voorheen onbelast.

    In de WKR staat niet nader gedefinieerd wat onder vakliteratuur moet worden verstaan. In eerdere wetgeving (bijvoorbeeld de zogeheten Oort-wetgeving uit 1990) is dit wel gebeurd. Daar werd vakliteratuur omschreven als ‘literatuur die in een bepaalde beroepsgroep algemeen wordt erkend als voor die beroepsgroep specifiek van belang zijnde literatuur’.

    Voorbeelden van vakliteratuur

    Uit de rechtspraak volgt dat géén sprake is van vakliteratuur voor een persoonsbeveiliger bij het Koninklijk Huis die kosten maakte voor dag- en weekbladen als Weekend, Story en Privé. Voor een politieagent is een dagblad niet als vakliteratuur erkend. Voor een emeritus hoogleraar Grieks die nog enkele promovendi begeleidde vormde de Winkler Prins encyclopedie geen vakliteratuur, maar een Oudgrieks woordenboek weer wel.

    Verder is eens geprocedeerd door een sportjournalist. Hieruit volgde dat voor een journalist kranten en tijdschriften in beginsel vakliteratuur zijn. Voorwaarde is dat de vakliteratuur nodig is voor de uitoefening van de dienstbetrekking. Om voor een belastingvrije vergoeding of verstrekking in aanmerking te komen, moet de werkgever dus nagaan of het betreffende abonnement van belang is voor de goede uitoefening van het werk van de werknemer.

    Producten uit eigen bedrijf

    Voor producten uit het eigen bedrijf (zoals een krant of tijdschrift) geldt een gericht vrijgestelde korting van 20 procent op de waarde in het economisch verkeer (de abonnementsprijs), met een maximumkorting per kalenderjaar van 500 euro. Dit is van toepassing op het ‘eigen dagblad of tijdschrift’, maar desgewenst ook op dagbladen, tijdschriften of andere uitgaven van uitgeverijen binnen dezelfde groep.

    Voor het overige geldt dat de verstrekking van een dagblad of tijdschrift belast is. Voor zover een werkgever nog ‘vrije ruimte’ heeft (binnen de 1,2 procent van de fiscale loonsom), zou de verstrekking ten laste kunnen worden gebracht van dit vrije budget. Als dit budget op is, resteert 80 procent belastingheffing ten laste van de werkgever. Alternatief is verloning: in dat geval betaalt de werknemer de belasting door middel van inhouding op het loon.

Onderwerpen
    sluiten